Van uil en poes

Mijn moeder was dol op het kinderrijmpje ‘Uil en Poes’ van Edward Lear toen ze het in de jaren ’60 en ’70 voorlas aan haar drie jonge, dromerige meisjes. Toen we jong waren, was het kinderrijmpje haar manier om ons tot rust te brengen of in slaap te krijgen. Het rijmpje moet haar avontuurlijke ‘ik’ hebben aangesproken. ‘Uil en Poes’ vertelt een verhaal van vreemde liefde, tussen een uil en een poes die op een overzees avontuur gaan. Dit onwaarschijnlijke duo proeft nieuwe smaken en ziet spannende verre landen in hun erwtengroene boot en wordt smoorverliefd na een ontroerende serenade door de uil.
Altijd klaar om te eten en te delen

De moeder van mijn grootvader hield van camembertkaas en dus kocht ze elke dag wat.
Wat is nu eigenlijk het probleem?

Als ik om 7 uur op de afdeling aankom, is Annie al uit bed. Ze heeft zich ook al aangekleed, nu ja, ze heeft haar schoenen aan, maar ook nog haar nachthemd. Annie ziet er geen probleem in. Ze is klaar om de dag te starten. Ik suggereer dat we nog even naar haar kamer zullen gaan. Ik zal haar dan wel helpen met kleren uit te kiezen, een mooie rok en een blouse ofzo. Ze begrijpt niet waarom het nodig is. In een ultieme poging om haar mee te krijgen, zeg ik dat die schoenen en dat nachthemd toch niet ‘goed’ zijn.
Wie schrijft, die blijft

Vroeger was hij een man van hoog aanzien met een belangrijke functie. Aan dat beeld houdt hij zich krampachtig vast als hij bij ons op de afdeling aankomt. Hele dagen loopt hij rond, op zoek naar iets waarvan hij niet meer weet wat het was. Alle informatie die hij kan verzamelen, tekent hij op in zijn notaboekje. Telefoonnummers, namen, straten, maar ook delen van artikels uit de krant. Alsof het verzamelen van feiten het leven voor hem concreter maakt, tastbaarder, begrijpelijker.
Wie hij is en wie hij was

Bij mijn opa is na zijn coma van tien dagen een grote verwarring ontstaan. Hij heeft nog geen diagnose gekregen, maar alles wijst op een vorm van dementie. Het is opmerkelijk hoe hij bij het gebruiken van zijn oude scheermachine heel heldere momenten heeft, tussen al de verwarring van alledag door.
Thuis in Zwanendal

Mijn moeder Rita verhuisde op 89-jarige leeftijd naar een woonzorgcentrum. Lange tijd reageerde ze op naar een bejaardenhuis gaan met ‘over mijn lijk’. We hebben een verhuiskaart voor haar gemaakt die ze kon delen met anderen zodat ze niet naar “dat huis voor bejaarden” verhuisde, maar naar de Wingerd verhuisde. Hierdoor aanvaardde ze die nieuwe plek en keek ze er al snel zelfs naar uit.
Een helpende hand

Mijn grootvader heeft dementie en zit nu bijna 3 jaar in een zorginstelling. Het eerste jaar dat hij daar verbleef, zwierf hij constant door de gang en liep hij met zijn rollator kamers in en uit.
Al fluisterend in haar sappig dialect

Bij mijn wekelijks bezoek aan een afdeling voor mensen met dementie, leerde ik Francine kennen. Francine is een spraakzame dame en vindt het heel interessant om het over ‘de bloemetjes en de bijtjes’ te hebben. Zo kwam ze me een keer al fluisterend vragen wat ik ‘daar beneden’ tussen mijn benen heb. Of vroeg ze me in haar sappige Genkse dialect wie er allemaal één keer in de maand bloedde.
Terug op dezelfde golflengte

Ik zorg nu al een hele tijd voor Jef die al vele jaren met zijn vrouw in hun gezellige appartement woont. Waar hij lang een man vol verhalen was, die leefde van de gesprekken met de ander, was Jef de laatste maanden erg teruggetrokken en ongeïnteresseerd. Hij wilde nergens heen, had nog amper contact met zijn familie en zelfs zijn vrouw had moeite om nog met hem een gesprek aan te gaan. Liever trok hij zich terug, in zijn kamer of in een hoekje van de woonkamer.
Fatima Bouhajra

Fatima was mantelzorger van haar vader met dementie. Zij is het enige meisje in een gezin van tien en zorgde jarenlang voor haar vader die thuis bleef wonen. Ze combineerde de zorg voor haar vader met haar gezin, een job en een opleiding gezinswetenschappen. Toch wilde Fatima de zorg voor haar papa niet uit handen geven.