Denkkaders of frames over dementie

Een denkkader of ‘frame’ bestaat uit beelden en metaforen die altijd opnieuw gebruikt worden(‘framing’). Zo bepalen ze het beeld of de perceptie die iemand over iets heeft.

Wat zijn denkkaders of frames?

Het onderzoek van prof. Van Gorp ging na wat de overheersende frames over dementie in de media zijn. Ze zochten ook naar ‘counterframes’ of andere manieren van kijken naar dementie die beter aansluiten bij de werkelijkheid en de mens achter de aandoening opnieuw zichtbaar maken.

Er zijn 6 overheersende frames over dementie in de media. Je kan ze allemaal ombuigen met passende counterframes.

Frames en counterframes uit het onderzoek van prof. Van Gorp

Prof. B Van Gorp en T. Vercruysse, "Framing en reframing: anders communiceren over dementie", 2011
"Een persoon met dementie mag dan wel stapsgewijs het rationele verliezen, er rest nog steeds het lichamelijke met daaraan gekoppeld het emotionele. Binnen dit frame verschuift met andere woorden de aandacht van het verlies naar wat altijd blijft: een rijk gevoelsleven waardoor ‘de ziekte nooit groter wordt dan de mens’. Personen met dementie mogen met andere woorden geen objecten worden. Ze blijven te allen tijde mensen met een eigen identiteit, persoonlijkheid en verleden."

Van frame naar counterframe: een voorbeeld

Het meest voorkomende denkkader over dementie is dat van de "eenheid lichaam-geest". Lee sbijvoorbeeld hoe John over zijn vrouw Irma denkt:

John (76) en Irma (75)

John: “Ik ben in 1953 getrouwd met Irma. Ze was mijn grote liefde. Illustratie cordeliaWe hebben 3 zonen, 2 dochters en 10 kleinkinderen."

"Eigenlijk hebben wij een goed leven gehad, met niet te veel miserie. Tot een half jaar terug kwamen we iedere eerste zondag van de maand samen om te eten en te babbelen. Dat waren echt momenten om naar uit te kijken! En Irma kon zo lekker koken! De kinderen kregen ook altijd verse soep mee naar huis."

"Maar dat is nu allemaal gedaan. Irma is er niet meer bij. Ze zit in haar zetel of morrelt wat in huis, slaat wartaal uit. Irma is dement geworden."

"Ik herken mijn eigen vrouw niet meer: een lege huls, een lichaam zonder geest. Verschrikkelijk! Dat de dokters daar nog altijd geen pillen tegen hebben, begrijp ik niet. Ze kunnen zoveel, maar een demente mens kunnen ze niet helpen?"

"Onlangs was mijn kleindochtertje Clara op bezoek en vroeg ons Irma wie dat kind was. Stel u voor! Mijn dochter kon het niet aanzien en is huilend vertrokken."

"Ik heb het ook zeer moeilijk bij momenten. Ik laat het eten nu brengen en eet vaak alleen terwijl de verpleegster Irma eten geeft. Babbelen met mijn vrouw zit er niet meer in. Begrijpen kan ze me toch niet. Dan zet ik de televisie maar wat langer op, …”

Hetzelfde verhaal, maar anders

John: “Irma en ik zijn in 1953 getrouwd. Ze is mijn grote liefde. We hebben een goed leven gehad, we mogen niet klagen."

"Er is nog steeds een goed contact met onze zonen en dochters. Ze komen iedere eerste zondag van de maand bij ons eten, met de kleinkinderen. Daar kijken we altijd naar uit!"

"Al is er het laatste half jaar één en ander veranderd. Irma heeft dementie."

"Er zijn momenten dat ze het noorden een beetje kwijt is en angstig wordt. Ik pak haar dan eens goed vast en fluister sussende woordjes, zo komt ze weer tot rust, merk ik."

"Onlangs was onze dochter hier met Clara, ons kleindochtertje. Irma vroeg wie dat kind was. Clara gaf oma spontaan een dikke zoen. Toen flikkerden haar ogen nogal; dat had je moeten zien!"

"Onze huisdokter heeft uitgelegd dat Irma’s hersenen gaatjes beginnen vertonen, zoals Zwitserse kaas, waardoor ze soms de pedalen verliest. Wat wil je, ze wordt dit jaar 76. Toch is onze band nog altijd sterk."

"We babbelen wat minder, maar knuffelen veel meer dan vroeger. Als de hele familie komt eten fleurt Irma op. De dochters en schoondochters zorgen nu voor het eten, maar ze zetten hun moeder mee aan het werk. Soms schilt ze de patatjes samen met de kleinkinderen. Daar kan ze zo van genieten. Ik hoop dat ik mijn vrouw nog lang bij mij zal hebben!”

Vergeet dementie, onthou mens

Stel je voor dat je kon kiezen. Jij bent Irma. Welke benadering zou jij verkiezen? Of je bent John. Hoe zou je dan het liefst met je partner met dementie omgaan? Natuurlijk kies je meteen voor het tweede verhaal. Toch gebeurt in onze samenleving nog al te vaak het omgekeerde. Dementie is een ziekte die spontaan gevoelens van afkeer, hopeloosheid en angst oproept. Dementeren staat gelijk aan verliezen: je geestelijke vermogens verliezen, je geheugen, je verstand, je identiteit, …

De negatieve kijk op dementie overheerst. Voor mensen die aan de aandoening lijden, is dat een deel van hun probleem. Hun levenskwaliteit vermindert precies omdat hun omgeving hen in een hoekje drumt. Alsof ze niet meer bestaan. Een mens met dementie wordt plots een demente, terwijl de mens achter de verschijnselen onzichtbaar wordt. Niet alleen de directe omgeving, ook de politiek en het beleid worden beïnvloed door de zeer eenzijdige beeldvorming. Dat moet veranderen.

Een mens is niet dement. Een mens heeft dementie. De keuze is aan u!